Abstract
Het benutten van nieuwe kennis uit onderzoek is een belangrijke voorwaarde om onderwijsinnovatie mogelijk te maken. Wetenschappelijke kennis vindt echter niet vanzelfsprekend zijn weg naar de onderwijspraktijk: men kan spreken van een kennisbenuttingsprobleem. In tegenstelling tot het gangbare lineaire model van kennisbenutting, wordt kennisbenutting in deze bijdrage beschouwd als een dynamische interactie tussen de onderzoeker, de eindgebruiker (in de onderwijscontext meestal docenten) en het kennisproduct. Castelijns en Vermeulen (2017) beschreven deze interactie in een theoretisch model waarin de onderzoeker kennisbenuttingsstrategieën hanteert om de eindgebruiker te stimuleren kennis uit onderzoek te benutten. Al dan niet beïnvloed door de onderzoeker, hanteert ook de eindgebruiker strategieën om kennis uit onderzoek te benutten en de onderwijspraktijk te vernieuwen. Het model is echter generiek van aard, waardoor het moeilijk toepasbaar is in de onderwijspraktijk. Dit artikel presenteert een versie van model verrijkt met in de praktijk gebruikte substrategieën. Deze verrijking is tot stand gekomen in het onderzoek ‘Werken aan duurzame onderwijsvernieuwing in de context van Practoraten’, waarin zes practoraten sinds 2018 zijn gevolgd. Met verschillende methoden zijn de praktische uitingen van de kennisbenuttingsstrategieën van de onderzoeker (practoraten) en eindgebruikers (docenten) in kaart gebracht. Aan de hand van een casusbeschrijving van één van de practoraten (Automotive) wordt het verrijkte model in dit artikel geïllustreerd. Onderzoekers en onderwijsprofessionals kunnen dit verrijkte model gebruiken om zich bewust te worden van de eigen kennisbenuttingsstrategieën en die van de beoogde doelgroep. Door kennisbenuttingsstrategieën te expliciteren kunnen onderzoekers en onderwijsprofessionals op strategische wijze een passende kennisbenuttingsaanpak expliciteren en zo onderwijsvernieuwing op basis van kennis uit onderzoek stimuleren.