Abstract
In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap worden de eindtermen en kerndoelen voor de moderne vreemde talen (mvt) in het voortgezet onderwijs momenteel herzien. Van mvt-docenten wordt verwacht dat zij nieuwe inhoud, zoals taalbewustzijn, met bestaande inhoud, de communicatieve vaardigheden, kunnen integreren. Maar hoe verhouden zittende mvt-docenten zich eigenlijk tot deze nieuwe inhoud en hoe kijken zij aan tegen de integratie ervan met taalvaardigheid? Deze studie schetst een beeld van de ideeën, het handelen en de behoeften van mvt-docenten ten aanzien van de integratie van taalbewustzijn, en van expliciete kennis over taal in het bijzonder. Hiermee kan de haalbaarheid van deze herziening in kaart worden gebracht.
Data werden verzameld via een vragenlijst onder 110 mvt-docenten in Nederland. Uit de resultaten blijkt dat 40% geen duidelijk beeld heeft van de integratie van taalbewustzijn met taalvaardigheid. Onze respondenten associëren taalbewustzijn voornamelijk met het afstemmen van taal op gesprekspartner, context of situatie. In de huidige lespraktijk besteden docenten hier nog het meeste aandacht aan, net als aan zinsopbouw. Voor het aanbrengen van taalkennis op woord- en op klankniveau wordt minder tijd ingeruimd. Docenten zien wel in dat taalbewustzijn kan bijdragen aan inzicht in taalstructuren en de taalvaardigheden van leerlingen. De meerderheid geeft aan dat aandacht voor expliciete taalkennis de docent bovendien meer informatie verschaft over knelpunten die leerlingen bij het taal leren ervaren. De studie toont aan dat de meeste mvt-docenten openstaan voor integratie van deze kennis in het curriculum maar dat er behoefte is aan praktijkvoorbeelden.